Wat is trauma?

Trauma ontstaat wanneer:

  • Een gebeurtenis overweldigend was voor het zenuwstelsel

  • én de persoon onvoldoende mogelijkheden had voor zelfregulatie,

  • én er te weinig veilige regulatie met anderen beschikbaar was.

Daarom is trauma geen maat voor hoe “erg” iets objectief was, en ook geen teken van zwakte. Het is een logische reactie van een zenuwstelsel dat te veel, te snel en te alleen heeft moeten dragen.

Trauma met grote T

Er bestaan Trauma’s met een grote ‘T’. Hiermee bedoelen we gebeurtenissen die objectief levensbedreigend of extreem overweldigend zijn. Het zijn situaties waarin het zenuwstelsel in pure overlevingsmodus gaat (vecht–vlucht–bevries). Het zijn de voor de hand liggende trauma’s: ongevallen, geweld, misbruik, natuurrampen, getuige zijn van iets heftigs,… Deze gebeurtenissen kunnen leiden tot PTSS (posttraumatische stressstoornis), met flashbacks, hyperalertheid, herbelevingen, vermijding, enz.

Trauma met kleine t

 

Waar vaak makkelijker overheen wordt gegaan, zijn trauma’s met een kleine ’t’. Dat zijn ervaringen die niet per se levensbedreigend zijn, maar die emotioneel overweldigend waren en waarin er geen veilige regulatie of steun was om ze te verwerken. Voorbeelden zijn

    • verlating

    • verraad, waaronder partnerverraad

    • pesten

    • voortdurende afwijzing of kritiek

    • chronische emotionele verwaarlozing

    • scheiding, verlies van een ouder of partner

    • schaamte

    • vernedering


    • eenzaamheid
    • opgroeien met onvoorspelbare of emotioneel onbeschikbare ouders

Er zijn weinig mensen op deze planeet die hier niet op de een of andere manier mee te maken krijgen. Trauma met kleine t is vaak complexer en langduriger in zijn effecten. Het tast het gevoel van veiligheid, vertrouwen en zelfwaarde aan.

 

Uit noodzaak en zelfbescherming vinden we als mens strategieën om emotioneel te overleven. Dat zijn de beste manieren die we op dat moment voorhanden hebben om onze situatie het hoofd te bieden. Die patronen blijven vaak een leven lang plakken, totdat we de moed verzamelen om de oorspronkelijke pijn aan te kijken. Veel voorkomende strategieën zijn:

    • Geen moeite hebben om assertief te zijn maar net moeilijk kwetsbaar kunnen zijn in relaties

    • Onderdrukken van emoties: niet toelaten van boosheid, verdriet of angst

    • Perfectionisme

    • Overmatige zelfkritiek: jezelf afkraken voordat een ander het kan doen

    • Altijd bezig blijven: werkverslaving, drukte gebruiken om niet te voelen.

    • Afleiding zoeken in middelen of gedrag: eten, alcohol, dagdromen, gamen, scrollen, sport, etc.

    • Mensen op afstand houden door humor of sarcasme.

    • Overanalyseren, spirituele bypass, intellectualiseren, …

    • Altijd vrolijk en optimistisch zijn: niets mag ‘erg’ zijn

    • Conflictvermijding: de goede vrede willen bewaren, ten koste van jezelf

    • Overmatig dienstbaar zijn voor anderen, ten koste van jezelf

    • Dissociatie: “uit je lichaam gaan”, niets meer voelen

    • ….
 
 Ook kleine t-trauma’s kunnen leiden tot PTSS of PTSS-achtige klachten, vooral wanneer ze vroeg, herhaald en relationeel van aard waren, en wanneer veilige coregulatie ontbrak.